Brede inventarisatie aansluiting onderwijs-jeugdhulp

Samenvatting onderzoek
Samenwerkingsverbanden po en vo en gemeenten zijn met elkaar in gesprek over de wijze waarop zij passend onderwijs en jeugdhulp goed op elkaar kunnen aansluiten. Uit de landelijke evaluatie passend onderwijs en een aantal publicaties komt naar voren dat er zich in die aansluiting knelpunten voordoen en dat er mogelijkheden zijn voor verbetering. De gemeentelijke invalshoek wordt reeds in beeld gebracht maar een landelijk representatief beeld van de kant van de samenwerkingsverbanden ontbreekt vooralsnog. Doel van het onderzoek is om de aansluiting vanuit de optiek van de samenwerkingsverbanden te bezien en na te gaan hoe zij oordelen over de effectiviteit en efficiency van de wijze waarop de aansluiting tussen passend onderwijs en gemeentelijke jeugdhulp is vorm gegeven, welke knelpunten zich daarbij volgens hen voordoen en hoe die zouden kunnen worden opgelost.

Probleemverkenning en onderzoeksvragen
Samenwerkingsverbanden en gemeenten zoeken momenteel naar mogelijkheden om passend onderwijs en jeugdhulp beter op elkaar aan te kunnen aansluiten. Daarbij gaat het over verwachtingen en communicatie, over inhoudelijke en personele verbindingen, over visie, organisatie en samenwerking in de uitvoering, over verantwoordelijkheden en bekostiging. Aan de start van de decentralisaties (2014-2015) is in lokale bestuurlijke afspraken een veelal globaal begin gemaakt met de afstemming[1]. Op dit moment (december 2017), in de aanloop naar een nieuwe plan- en collegeperiode, is er meer focus en komen er ook meer fricties in beeld. Uit landelijke en lokale evaluaties van passend onderwijs en de verbinding met jeugdhulp komen een aantal knelpunten, oplossingen en mogelijkheden voor verbinding naar voren[2]. In de landelijke politiek uit zich dit in diverse Kamervragen over onder meer het vermeende gebrek aan verbinding tussen beide domeinen. Een landelijk representatief beeld van de huidige stand van zaken bezien vanuit het onderwijs ontbreekt echter vooralsnog. Dat is reden voor het ministerie van OCW om NRO te vragen om een verdiepend onderzoek naar deze thematiek. In de monitor samenwerkingsverbanden[3] zijn al wel eerste globale beelden over de aansluiting naar voren gekomen. Deze beelden worden met de hier voorgestelde verdiepingsmodule nader ingevuld  en gespecificeerd. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de inzichten uit de integrale cases. In 2017 is aan 5 po- en 5 vo-samenwerkingsverbanden en 30 scholen in de integrale cases gevraagd hoe de samenwerking met de gemeentelijke jeugdhulp verloopt. De uitkomsten van deze interviews nemen we mee in de voorbereidingsfase van het onderzoek. Ook komen begin 2018 de bevindingen beschikbaar van de thematische studie onderwijs en jeugdhulp: een literatuurstudie, praktijkvoorbeelden en kenmerken van succesvolle samenwerking in vier casestudies. Ook deze inzichten nemen we mee in het onderzoek.

[1] Zie o.a. Veen, D. van, Huizinga, P., Steenhoven, P. van der (2017). Monitor gemeenten en passend onderwijs. Bestuurlijk overleg en de afstemming met jeugdhulp. NCOJ.

[2] Zie o.a. onderzoek Oberon in diverse gemeenten en regio’s (www.oberon.eu) en berichtgeving van het netwerk leidinggevenden passend onderwijs (www.netwerklpo.nl).

[3] Aarsen, E. van, Weijers, S., Walraven, M., & Bomhof, M. (2017). Monitor samenwerkingsverbanden 2016. De voortgang van passend onderwijs volgens swv-directeuren. Utrecht: Oberon.

Doelstellingen
Eerste doel van het onderzoek is om een landelijk beeld te geven van de wijze waarop samenwerkingsverbanden po/vo de aansluiting tussen passend onderwijs en gemeentelijke jeugdhulp momenteel vormgeven en beoordelen. Het voorstel is dat we een analysekader ontwerpen, mede op basis van de inzichten uit de integrale cases en de thematische casestudy onderwijs-jeugdhulp, met een aantal aspecten aan de hand waarvan de aansluiting kan worden beschreven. De variatie in de wijze waarop de samenwerkingsverbanden en gemeenten de aansluiting in hun regio hebben vormgegeven, ‘vangen’ we vooraf in een aantal mogelijke verschijningsvormen. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan aspecten als:

  • Betrokken partijen vanuit onderwijs (swv, scholen en/of besturen regulier en speciaal onderwijs po en vo) en de diverse vormen van jeugdhulp (basiszorg en specialistische zorg);
  • Verdeling van zeggenschap, verantwoordelijkheden en financiering
  • Organisatiestructuur, schaalgrootte en het aantal schijven waarover het contact verloopt;
  • De relatie tussen scholen en wijkteams;
  • Rol en positie van het schoolmaatschappelijk werk;
  • Toeleiding naar specialistische hulp;
  • Casusregie, terugkoppeling en overdracht tijdens de uitvoering;
  • Omgang met wachtlijsten;
  • Afspraken over communicatie met ouders.

Een tweede doel van het onderzoek is om na te gaan hoe samenwerkingsverbanden oordelen over de effectiviteit en efficiëntie van de wijze waarop de aansluiting tussen passend onderwijs en gemeentelijke jeugdhulp is vormgegeven. Deze beide begrippen operationaliseren we vooraf in een aantal criteria. Bij effectiviteit gaat het er onder meer om of leerlingen op tijd de juiste ondersteuning en hulp krijgen die nodig is om hun schoolloopbaan normaal te doorlopen. Bij het begrip efficiëntie draait het onder meer om de vraag of procedures niet teveel tijd in beslag nemen, of de planlast niet te hoog oploopt en of professionals elkaar goed weten te vinden.

Tot slot inventariseren we bij de samenwerkingsverbanden de knelpunten in de aansluiting, waar en bij wie deze knelpunten zich voordoen en de wijze waarop die volgens hen kunnen worden opgelost.

Bij elk van deze elementen bezien we ook of er een relatie is met achtergrondvariabelen als verevening, organisatie van het samenwerkingsverband (zoals meer/minder schoolmodel) en het aantal gemeenten in de regio.

Onderzoeksvragen
Op basis van het bovenstaande komen we tot de volgende onderzoeksvragen:

  1. Hoe geven samenwerkingsverbanden de aansluiting tussen passend onderwijs en jeugdhulp van gemeenten in hun regio vorm?
  2. Welke verschijningsvormen heeft die aansluiting en in welke mate komen die voor?
  3. Hoe beoordelen samenwerkingsverbanden de effectiviteit en efficiëntie van de wijze waarop de aansluiting momenteel is georganiseerd?
  4. Wat gaat goed? Welke knelpunten signaleren de samenwerkingsverbanden? Welke verbeterpunten en mogelijke oplossingen zien zij?
  5. Is er op de onderwerpen in de vragen 1 t/m 4 een relatie met achtergrondkenmerken van samenwerkingsverbanden?

Maatschappelijke relevantie
Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor versterking van de aansluiting tussen passend onderwijs en jeugdhulp op lokaal en regionaal niveau en voor landelijke informatievoorziening, ondersteuning en beleidsadvisering. Specifieke aandacht gaat daarbij uit naar handvaten voor het verplichte op overeenstemming gerichte overleg (oogo) dat gemeenten en samenwerkingsverbanden dienen te voeren over hun jeugdplannen en ondersteuningsplannen en de afstemming tussen die beiden. In veel regio’s zal in 2018 bestuurlijk overleg moeten worden gevoerd over een nieuwe planperiode 2019-2022.

Looptijd
2018

Contactpersoon
Drs. Michiel van der Grinten
Oberon onderzoek en advies
E-mail: MvdGrinten@oberon.eu
Telefoon: 030-2306090